De harmonie is er van en voor de mensen. De “moeziek” gaf muzikaal blijk van dit motto door afgelopen zondagmiddag onaangekondigd een rondgang door Vaals te maken en op diverse plaatsen een korte aubade te brengen, uiteraard alles conform de corona-regels.

De fagot is het grootste en langste houten blaasinstrument. Het heeft een heel groot bereik, d.w.z. er zitten heel veel tonen op. Daardoor kan de fagot hoog spelen maar ook heel erg laag. In de hoogte klinkt de fagot heel mooi en zangerig en in de laagte kan hij heel grappig, maar ook heel robuust klinken. In tekenfilms hoor je regelmatig een lage fagot die dan vaak een bepaald type uitbeeldt zoals een dinosaurus, een beer, een olifant of een grootvader.

 

De naam fagot komt van het Italiaanse "fagotto" en dat betekent takkenbos. Die naam is ook wel beprijpelijk want de fagot is een lange houten buis die is dubbelgeklapt. De fagot heeft een dubbelriet dat is bevestigd op een S-vormige metalen pijp. Het geluid ontstaat doordat het riet in trilling wordt gebracht doordat je er op blaast. De vorm en het materiaal van de buis zorgen voor de karakteristieke klank van de fagot.

 

De buis is voorzien van gaten en kleppen. Door alle gaten en kleppen dicht te houden met je vingers krijg je de laagste toon. Door de buis "klep na klep" korter te maken kun je steeds hoger spelen. De fagot is de bas van de houtblazersgroep. Hij kan zo laag omdat de buis een lengte heeft van wel 2,59 meter! Dat is natuurlijk veel te groot om te hanteren en daarom is de buis dubbelgeklapt.

 

De dubbelgeklapte buis kun je ook nog in 5 delen uit elkaar halen zodat hij in een mooie koffer past die je gemakkelijk kunt vervoeren. Je kunt fagot gaan spelen als je ongeveer 8 jaar bent. Als je nog geen 8 bent of je bent niet zo groot van stuk, dan zou je ook eerst een tijdje op een fagottino kunnen spelen, totdat je groot genoeg bent gegroeid voor de grote fagot.

 

In elk orkest of ensemble past een fagot; je kunt dus altijd met anderen samenspelen. In een heel groot orkest zie je soms ook de contrafagot. Deze is nog groter dan de fagot en klinkt dus ook lager. Het is een heel spectaculair instrument. Alleen al de grootte is indrukwekkend: de buis is 5,96 meter en wordt 4 maal omgebogen zodat hij bespeelbaar is!

\r\n

Pauken

Een pauk is een grote, bolle trommel van koper. Je speelt erop met stokken - soms van hout, maar vaak met zacht vilt aan de uiteinden. De eerste pauken dateren uitde 14e en 15e eeuw (de riddertijd, dus!). Ze werden gespeeld in paren, aan beide kanten van een paard gehangen. Eerst werden pauken vooral gebruikt door mensen van adel, en daarna ook in legers. In de 17e eeuw begonnen men ze in de kerk te gebruiken, en kort daarna kregen ze een plaats in orkesten. Pauken zijn de belangrijkste slagwerkinstrumenten in het symfonieorkest. Pauken kunnen door middel van stemschroeven of een pedaal worden afgesteld zodat ze dezelfde toonhoogte hebben als het orkest. De pauk klinkt het mooist wanneer het vel ongeveer 8 cm van de rand wordt aangeslagen. Een paukenist in een symfonieorkest bespeelt minstens twee, maar ook vaak vier of vijf pauken!

Kleine trom

De kleine trom wordt zowel in fanfares gebruikt als in het symfonieorkest. De trom wordt bespeeld met houten stokken. De kleine trom heeft aan de onderkant een matje met snaren dat door een mechaniek tegen het vel kan worden gespannen waardoor een ratelend geluid ontstaat.

 

Bekkens

Bekkens lijken een beetje op grote pannendeksels, en zijn van koper of messing gemaakt. Bekkens waren al in gebruik in Egypte in de 8e eeuw voor Christus! Tot de tweede helft van de 18e eeuw werden ze in het westen maar weinig gebruikt. Tot de zogenaamde "Turkse" muziek in Europa werd geïntroduceerd. Sindsdien zijn ze een onmisbaar deel van het symfonieorkest geworden. Je kunt er twee tegen elkaar slaan (slagbekkens) of je kunt er met een stok op slaan (hangend bekken).

 

Grote trom

De grote trom is inderdaad ook de grootste van alle trommels in het orkest. Hij werd pas echt gebruikelijk in de 18e eeuw. Omdat hij zo groot en zwaar is, zit de grote trom op een standaard, en moet je hem staand bespelen. De grote trom maakt een heel laag geluid, maar wordt niet gestemd op een exacte toonhoogte, zoals een pauk. De stok waarmee je speelt heet een knuppel.

 

Xylofoon

De xylofoon bestaat uit een reeks houtblokken (Xylos is Grieks voor hout), die we toetsen noemen. Ze zijn elk op een andere toon gestemd. Ze zitten op een standaard, en lijken op reuze-pianotoetsen. Onder elke toets hangt een buis die de klank versterkt. Je speelt er op door op de houtblokken te slaan met stokken - soms met twee, maar soms worden ook vier stokken gebruikt met twee handen. De Xylofoon is een van de familieleden van de melodische slagwerkinstrumenten. Andere leden zijn: klokkenspel, vibrafoon, marimba en buisklokken. De xylofoon kreeg een plaats in het symfonieorkest in 1874, toen de componist Camille Saint-Saëns er een belangrijke partij voor schreef in zijn Danse Macabre. Dit muziekstuk is een dans van spoken, geesten en andere griezelige dingen. De xylofoon moet de ratelende botten van skeletten voorstellen.

 

 

 

 

De hobo is een houten blaasinstrument met heel erg veel zilveren kleppen. Vroeger had de hobo bijna alleen maar gaatjes, net als een blokfluit.Het mondstuk van een hobo is van echt riet gemaakt en moet je apart op je hobo zetten, anders komt er geen geluid uit! Als je net met hobospelen begint, is het heel moeilijk om zachtjes te spelen, maar als je veel oefent wordt het steeds mooier en zachter. In het orkest mag de hobo het orkest stemmen omdat het geluid een beetje doordringend is. Dat hoor je altijd vlak voordat een concert begint. De hobo speelt de hele tijd één toon, (dat is een "a", voor de kenners onder jullie misschien wel bekend?) en alle andere instrumenten gaan dan proberen om net zo\'n mooie, zuivere "a" te spelen. Dan pas begint het concert.

Een hobo kan heel hard en heel zacht spelen, heel mooi of een beetje gemeen, heel warm of snerpend. Dat heeft allemaal met het riet te maken. Ieder riet is anders en je maakt ze zelf. Dat is een heel karwei, dus behalve een goeie muzikant moet je ook nog goed kunnen knutselen! Er zijn 3 soorten hobo\'s die veel in het orkest gebruikt worden: de gewone hobo, een hobo d\'amore, die is een stukje langer en klinkt dus ook lager en dan is er nog een althobo, die is nog langer en klinkt nog lager.

\r\n

185 - Jaar de Moeziek

De kon. harmonie st. cecilia 1836 werd op 12 mei 1836 opgericht.